Mentorenprogramma Anouk Kragtwijk

Blog Anouk Kragtwijk: ‘Help! Ik maak foutjes’

kragtwijk-anoukzw

Ook dit jaar blogt een aantal deelnemers van het Vrouw & Media Mentorenprogramma over hun ervaringen. Anouk Kragtwijk heeft haar tweede blog geschreven over haar ervaringen als mentee van Gülden Ilmaz.

Anouk Kragtwijk

Het nam wat extreme vormen aan. Als ik laat op de middag nog een groot artikel had moeten maken, werd ik ’s nachts minstens twee keer wakker. Had ik de naam wel goed geschreven? Alle verwijswoorden goed gebruikt? Ik was als de dood dat ik de volgende dag alsnog een foutje zou vinden.

Dat was niet alleen angst. Het was een reële kans. Ik werd door mijn vader vroeger ‘Captain Chaos’ genoemd en op mijn basisschoolrapporten stond vaak ‘Anouk is een slimme meid, maar Anouk maakt wel veel slordigheidsfoutjes’. Ik zag mezelf inmiddels als slordigheidsfoutjeskoningin.

Het heeft met mijn werkwijze te maken. Ik werk nogal intuïtief. Eerst zet ik maar wat op papier, zorg er daarna voor dat het een boeiend en begrijpelijk verhaal wordt en ga dan pas letten op de d’s en t’s. Alleen zit ik dan vaak al zo vast in mijn tekst, dat ik de foutjes niet meer zie. Ik lees dingen, die er niet staan en gekke dingen die er wel staan, zie ik over het hoofd.

In het eerste gesprek met mijn mentor Gülden Ilmaz hield ik die kant van mijzelf angstvallig verborgen. Ik had het met Gülden vooral over mijn doelen en mijn plannen. Over wat ik wilde bereiken in de journalistieke wereld. Voor mijn donkere kant schaamde ik me echt. Fouten maken in de journalistiek is UIT DEN BOZE! Een verkeerde naam of een woord vergeten in je tekst, zorgt ervoor dat mensen je artikel niet meer serieus nemen, heb ik altijd geleerd.

Ook op mijn werk was ik bang. Dat collega’s zouden denken: wie heeft die Anouk aangenomen? Er waren meer gegadigden voor deze functie, toch? Waarom dan deze slordige dame? Niet dat ik alleen maar als een bevend rietje op de redactie verscheen. Er waren ook veel goede momenten. Ik maakte een verhaal over een Syrische journaliste die als bootvluchteling naar Nederland kwam en dat verhaal werd opgepikt door veel andere media. Ik kreeg een column in de kranten van Holland Media Combinatie en sprong van vreugde bijna door het dak. Maar ik was altijd bang om door de mand te vallen. Dat ze erachter zouden komen dat ik eigenlijk niet goed genoeg ben.

Twee maanden geleden, kreeg ik bijna een zenuwinzinking. Ik moest vier artikelen voor de volgende dag tikken. In mijn vierde stuk schreef ik het woord ‘binnenboort’ op. De volgende dag zag ik de fout pas. Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan en raakte er echt van in paniek. Hoe kon ik zo dom zijn? Als je het woord ‘binnenboort’ opschrijft, mag je jezelf geen journalist noemen, vond ik. Ik moest erom janken.

Mijn vriend was de huilbuien zat en opperde om het toch maar met Gülden te bespreken. ,,Daar heb je toch een mentor voor. Toch niet alleen voor je dromen?’’ Hij had gelijk. In het derde gesprek vertelde ik haar daarom over de foutjes die ik op mijn werk had gemaakt en dat ik me daar zorgen om maakte (Eigenlijk leken het steeds meer een soort doodsangsten te worden). Ze knikte begrijpelijk. ,,Weet je, Anouk, we hebben allemaal zo onze dingen waar we tegenaan lopen. We zijn allemaal wel ergens niet goed in. Maar we maken ze alleen groter in ons hoofd.’’

,,Ik weet niet of ik ze groter maak. Ik denk echt dat ik veel fouten maak.’’

,,Ik denk wel dat je het groter maakt. Praat erover met je chef en met je collega’s. Vertel ze dat je hiermee zit. Dat zal je goed doen.’’

Ik wilde eerst niet. Ik dacht echt dat ik zou gaan huilen als ik het ter sprake zou brengen. Van kinds af aan was dit mijn beurse plek en ik wilde niet dat iemand er in zou gaan porren.

Ik probeerde daarom de ik-doe-net-of-het-me-niets-boeitmethode. Ik nam wat afstand van mijn artikelen en probeerde er zo voor te zorgen dat mogelijke foutjes me niet persoonlijk zouden raken. Maar het voelde alsof ik daardoor een bal naar beneden drukte in het zwembad. Ik deed net alsof ik niet onder spanning stond, maar stond dat daardoor juist wel. Tegelijkertijd werd ik juist slordiger.

Na een paar weken wist ik dat ik op mijn werk open kaart moest spelen. Dit gevoel verstikte me. Ik ging naar mijn chef en sprak met een aantal collega’s. Ik legde uit waar ik mee zat. En ja hoor, daar kwamen de tranen. Ik zei dat ik me echt een domme trien voelde omdat ik soms niet eens doorheb dat ik iets fout heb opgeschreven.

Het was een goede zet. Want ik kwam er toen achter dat ik het wel echt veel groter maakte dan het was. ,,Je doet het hartstikke goed, meis. En je bent bereid om te leren. Iedereen heeft zijn slordigheden. Iedereen maakt fouten. We zijn mensen.’’ Ik mocht het die week meteen ervaren tijdens mijn eerste avonddienst. In bijna elk stuk, moest ik wel wat veranderen.

Het delen van mijn angst zorgde er ook voor dat mijn collega’s over hun angsten durfden te praten. Ik sprak er met een aantal over die net zo panisch waren en die ook hun eigen stukken niet durfde na te lezen in de krant de volgende dag.

Ik begreep toen dat ik mijn angst wat anders aan moest pakken. Het maken van fouten was niet zozeer het probleem, het probleem was mijn veroordeling ervan. Omdat er een stem in mijn hoofd zei dat ik heeeeeuuul dom was als ik iets verkeerds had geschreven en dat andere mensen dat ook vonden, paste ik de struisvogelpolitiek toe. Ik wilde niet dat mijn collega’s mijn stukken lazen.

Maar daardoor waren de consequenties de volgende de dag groter. Om een goed artikel in de krant te laten verschijnen moest ik eigenlijk juist wel mijn collega’s inschakelen en tegen ze zeggen: ,,Ik heb het stuk nu zo vaak gelezen, ik zie het niet meer, wil jij het even nakijken?’’

Dat doe ik nu ook. Elk artikel dat ik maak, leest iemand even na op ontbrekende woorden en gekke dingen. En ja, ik glij nog wel eens uit. Zo had ik laatste over ‘smaakpupillen’ in plaats van ‘smaakpapillen’.

Maar ik probeer stukje bij beetje niet meer voor mijn zwaktes weg te vluchten. Ik probeer ermee om te gaan. Zo worden mijn stukken beter. Ik wil niet luisteren naar die stem in mijn hoofd die zegt dat ik een slechte journalist ben als ik een slordigheidsfoutje in een tekst maak. Ik probeer mijn schaduwkanten te omarmen.

Dat is hartstikke eng. En morgen zal ik vast met kloppend hart deze site bekijken, hopend dat ik niet de mist in ben gegaan. Maar ik dwing mezelf om de confrontatie aan te gaan. Want zonder groeipijnen, worden we nooit groot.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Create a website or blog at WordPress.com